Successierechten buitenlands bezit
Gepubliceerd in Maison en France maart/april 2011

Geregeld krijgen wij de vraag hoe het zit met de successierechten wanneer een inwoner van Nederland, een Frans huis bezit en komt te overlijden. Hierbij kunnen beide landen heffen maar hoe gaat dat precies.
Ik ga daarop in aan de hand van een voorbeeld: de heer Jansen heeft een tweede huis in Frankrijk, overlijdt en laat enkele erfgenamen na. Uiteraard heeft hij ook een Nederlandse erfenis. Nederland kan successierecht heffen omdat hij hier woonde, Frankrijk omdat hij daar een huis bezat. 
Omdat hierbij sprake kan zijn van complicaties en dubbele heffingen, gaan veel landen ertoe over om een verdrag ter voorkoming van dubbel successie- en schenkingsrecht te sluiten. Helaas is zo’n verdrag er niet tussen Nederland en Frankrijk, terwijl dat er wel – en zeer noodzakelijk - zou moeten zijn omdat vele tienduizenden Nederlanders een huis in Frankrijk hebben. Beide landen zijn daarover wel in onderhandeling maar dat duurt al meer dan 15 jaar. Het is dus niet aan te raden om op dit verdrag te anticiperen.   
 
Om aan dit soort situaties toch iets te doen, heeft Nederland eenzijdig een Besluit ter Voorkoming van Dubbele Belastingheffing afgekondigd. Dit Besluit moet dus worden toegepast op de erfenis van de heer Jansen. Het bepaalt dat de in het buitenland betaalde bedragen, hier worden verrekend aan de hand van de vraag hoe sterk de band is tussen een vermogensbestanddeel en het land waar dit zich bevindt. Hoe sterker deze band, hoe meer de Nederlandse fiscus terugtreedt. Hierbij worden de vermogensbestanddelen afzonderlijk bekeken zodat voor ieder deel een andere verrekeningsmethode kan gelden.
 
Bij een onroerend goed hecht Nederland grote betekenis aan de ligging daarvan. Daarom is Nederland in principe bereid om het volledige bedrag dat Frankrijk over het huis heft, van de Nederlandse aanslag af te trekken. Dit gebeurt via de zgn. Ordinary-Credit methode. Deze kent echter enkele spelregels waardoor de Franse heffing soms toch niet volledig wordt verrekend: stel dat het Franse huis bij het overlijden een waarde had van € 200.000, waarover de Franse fiscus € 50.000 aan successierecht heeft geheven. Stel eveneens dat de waarde van de totale erfenis van de heer Jansen, inclusief het Franse huis, € 1.000.000 bedraagt. Dan wordt in Nederland allereerst het successierecht over € 1.000.000 berekend, stel € 300.000. Vervolgens kent men daarvan 1/5 gedeelte, € 60.000, toe aan het Franse huis als maximum dat in Nederland kan worden afgetrokken. In Frankrijk is € 50.000 betaald zodat de Nederlandse aanslag met dit gehele bedrag wordt verminderd. Zouden de erfgenamen in Frankrijk € 70.000 betaald hebben, dan zou de aftrek slechts € 60.000 hebben bedragen.
 
Omdat de heer Jansen in Frankrijk ook nog een bankrekening nalaat, verleent Nederland op de aanslag een tweede korting, doch met een andere verrekeningsmethode. Deze gaat uit van het Nederlandse standpunt dat een Frans banktegoed eigenlijk niet door de Franse fiscus belast moet worden. Dit gebeurt echter wel. Stel dat het Franse successierecht over het banktegoed € 10.000 bedraagt, dan past Nederland daarop de zgn. aftrekmethode toe. Deze pakt aanzienlijk ongunstiger uit. Bij een erfenis met een totale waarde van € 1.000.000, trekt Nederland alleen van deze waarde (en dus niet van de aanslag) € 10.000 af om vervolgens successierecht te heffen over € 990.000. In totaal moeten de erfgenamen van de heer Jansen in Nederland dus successierecht betalen over € 990.000 waarbij van de aanslag € 50.000 wordt afgetrokken wegens het Franse huis.
 
Bij een SCI en emigratie zit het weer anders. Daarover de volgende keer.


Download als PDF:




              
Klik hier voor de folder